Ambulancemedewerkers aan het werk in de stad Utrecht. Foto: Ravu
Ambulancemedewerkers aan het werk in de stad Utrecht. Foto: Ravu (Foto: Ravu)

Afwisselend werk op de ambulance

Door Ellis Plokker

Rens Wink werkt al meer dan 23 jaar als verpleegkundige op de ambulance, waarvan zeventien jaar in onze regio. Hij vertelt over wat er gebeurt als iemand 112 belt, welke soorten vervoer de ambulancedienst doet en over zijn ervaringen op de ambulance.

Doorn – Rens vertelt dat de ambulancedienst verschillende soorten vervoer kan bieden na een melding bij 112. Allereerst is natuurlijk het spoedvervoer. Iemand belt 112 en wordt via de centrale in Driebergen verbonden met de meldkamer in Utrecht. De medewerkers vragen dan wat er aan de hand is en hebben twee minuten om de melding te verwerken. Bij een reanimatie vragen ze om de woonplaats en de postcode en dan gaat er gelijk een ambulance op weg. De medewerkers vragen dan nog wel door. Rens: "Mensen zeggen soms: 'Wat vraag je veel, stuur nou maar een wagen'. Maar als het spoed is, is de ambulance tijdens het gesprek al op weg."

Naast het spoedvervoer doet de ambulance semi-spoedvervoer, dat zijn vaak meldingen die via de huisarts worden gedaan. Rens: "Dan gaat het bijvoorbeeld om iemand die een zware longontsteking heeft, of iemand die op straat ligt met een gebroken arm. Bij dit soort vervoer zijn we in principe binnen een half uur aanwezig." Bij dit soort meldingen hoeft de ambulance niet met een loeiende sirene door het verkeer. Rens vertelt dat de ambulancemedewerkers bij slechte weersomstandigheden of grote verkeersdrukte, dan alsnog aan de meldkamer kunnen vragen er een spoedmelding van te maken. Rens: "Bijvoorbeeld als we in de file vast komen te staan en iemand staat op de snelweg met ernstige klachten. Dan zegt de meldkamer: 'Ga er maar langs.' Dan zetten wij de sirene en blauwe lichten aan. Dat is de dynamiek tussen meldkamer en onze auto. We proberen op tijd te zijn."

Daarnaast doet de ambulance ook besteld vervoer, bijvoorbeeld bij mensen die al een paar dagen ziek zijn en waarvan de huisarts vermoedt dat er sprake is van uitdroging. Rens: "Dan is er eigenlijk geen haast, de norm voor dit soort vervoer is dat we er in principe binnen twee uur moeten zijn." Tegenwoordig heeft de ambulancedienst voor dit soort vervoer speciale auto's, want op momenten dat er heel veel spoedvervoer nodig is, blijft het bestelde vervoer liggen en dat is niet wenselijk. Doordat de dienst voor dit vervoer gebruik maakt van speciale auto's, blijven de ambulances voor spoedvervoer beschikbaar. Rens: "Dat heeft ook tot gevolg dat mensen die van dit besteld vervoer gebruik maken, minder lang hoeven te wachten. Zo proberen we zo efficiënt mogelijk te werken."

Het werk als ambulanceverpleegkundige geeft Rens voldoening. Hij moet inschatten of klachten levensbedreigend zijn of niet, werkt in wisselende diensten en moet vaak mensen tillen. Toch ervaart hij het werk niet als zwaar, want hij kan iets betekenen voor mensen in een moeilijke, kwetsbare situatie. Rens: "Ik probeer rust te brengen, zodat mensen de controle over durven te geven. Ook de afwisseling en de verantwoordelijkheid vind ik leuk. Ik zou niet weten wat ik liever zou willen doen."

Ravu en de Veiligheidsregio Utrecht

De Regionale Ambulance Voorziening Utrecht (RAVU) is verantwoordelijk voor ambulancezorg en vervoer binnen Veiligheidsregio Utrecht. De Veiligheidsregio Utrecht beslaat de hele provincie Utrecht. Meldkamer ambulancezorg is ook onderdeel van de RAVU. Hier zitten de verpleegkundig centralisten samen met de brandweer en politie. Zij werken nauw met elkaar samen. De ambulancedienst in de provincie Utrecht is verdeeld in verschillende clusters. Rens Wink werkt bij het cluster dat standplaatsen heeft in Zeist, Doorn en Veenendaal. www.ravu.nl/

Opleiding

Een ambulanceverpleegkundige doet eerst een opleiding op MBO of HBO niveau tot verpleegkundige. Vervolgens zijn een aantal jaar werkervaring en een specialisatie zoals Intensive care, hartbewaking, spoedeisende hulp of anaesthesie nodig. Na aanname volgt nog een opleiding aan de Academie voor Ambulancezorg.

Meer berichten