Foto: Ellen Teunissen

Het dorp

column Dohmen Draaft Door

Carol Dohmen - 'Amsterdam meets Austerlitz'. Zo luidde de titel van de allereerste column in deze rubriek. Aanleiding was een ontmoeting in onze achtertuin met een groepje Amsterdamse studenten, die verdwaasd door de bossen rond Austerlitz fietsten. Ze waren stomverbaasd over de aanwezigheid van stromend water en andere basisvoorzieningen buiten de randstad. Goed twee jaar verder lijkt het alsof de randstad het dorp niet alleen ontdekt, maar ook deels veroverd heeft. Ik bedoel niet de hordes gehelmde, goedgebekte mannen en vrouwen die in volle vaart over de alomtegenwoordige mountainbikepaden crossen. Ze hebben ervoor betaald, dus het minste wat ze verwachten is vrij baan, ook buiten die paden. Dat zijn passanten. Nee, ik bedoel echte bewoners die zijn neergestreken in de nieuwe wijk aan de noordkant van het dorp. Volgens een landelijke krant verlieten dit jaar maar liefst 68.000 mensen Amsterdam en ik vermoed dat een deel daarvan bij ons is ingetrokken.

Sinds kort proef ik namelijk een snufje randstad in het dorp.

Austerlitz is natuurlijk onweerstaanbaar voor de bovenmodale stedeling die naar rust verlangt. De unieke ligging net buiten de randstad, omringd door bosrijke landgoederen, de aanwezigheid van alle voorzieningen en de authentieke sfeer in een historisch interessant dorp, maken dat projectontwikkelaars en makelaars hier gouden tijden beleven. Terwijl Zeist worstelt met haar centrumvisie, (on-)bereikbaarheid en ander gedoe, wordt Austerlitz moeiteloos opgestuwd in de vaart der volkeren. Met een veranderend straatbeeld tot gevolg. De vertrouwde bouwvakkersbusjes maken plaats voor snelle leasebakken. Bakfietsvaders met een hipsterknotje halen hun kinderen van school. Het aantal mannen in pak is meer dan verdubbeld. Ik zie ze bij de buurtsuper, op straat en - dit is voor mij helemaal nieuw - in het bos!

Vanaf mijn paardenweitje sla ik dagelijks passerende hondenuitlaters gade. De meesten ken ik al jaren, in pak zie ik ze nooit. Wat ze wel altijd doen is groeten. Maar sinds kort lopen er onbekenden langs, gehaaste vrouwen en mannen, gestoken in pak, smartphone aan het oor, koffiebeker in de ene, hondenriem in de andere hand. In rap tempo wordt de hond (soms het baasje) het bos rond gesleurd, een groet blijft achterwege. Dat is even wennen. Ik ben opgegroeid in een klein, Limburgs dorp en groeten -hand omhoog, een knikje, ondertiteld met 'heuj' gaat net zo onbewust als ademhalen. De andere kant van het verhaal is dat nieuwe inwoners niet alleen voor het bos en de mooie huizen komen, ze hebben bewust gekozen voor het fenomeen dorp. Kiezen voor een dorp is kiezen voor verbinding en vrijwilligersclubjes. Dat leverde in korte tijd al verschillende vrijwilligers op die de handen uit de mouwen steken, o.a. in de zorg en op het gebied van duurzaamheid.

Rest alleen nog een passende naam te vinden voor de wijk. 'Austerlitz Noord' klinkt pretentieus, 'Austerlitz 3.0' afstandelijk, 'het nieuwe dorp' als de reïncarnatie van Wim Sonneveld. Mijn voorstel is dat we het de 'Rutger Loenenwijk' gaan noemen, net als de straatnaam in die wijk, ter nagedachtenis aan onze dorpshistoricus Rutger Loenen. Met die naam wordt nieuw in de volksmond aangesloten op het verleden, Amsterdam meets Austerlitz. Eens? Dan even de hand opsteken en 'heuj' zeggen.

Meer berichten