Foto: Ellen Teunissen

Dohmen draaft door: Terrasschaamte

  Nieuwsflits

Vorige week plofte ik na maanden cold turkey thuiszitten en afzien, met manlief op een winderig terras in Zwolle. Sinds we geen exotische oorden meer mogen aandoen, staat een dagje uit naar Zwolle ongeveer gelijk aan een expeditie naar de Noordkaap. Mondkapje? Check. Ontsmettingsmiddel? Check, o nee, vergeten. Geld, papieren, reservevoorraden voedsel en drank, kleding voor vier seizoenen, gewone bril, zonnebril, een tas voor onverwachte aankopen? Check. Ik voelde me een kleuter die voor het eerst naar school mag.

Op het terras was stervenskoud. De enige beschutte plek was een enorme bank onder het zonnescherm van het café. Een verwarde man zat precies in het midden van die bank, druk pratend met de imaginaire gasten naast hem. Zou hij daar de hele lockdown hebben gezeten? De andere gasten van vlees en bloed hadden, net als wij, een tafeltje aan de overkant van de straat genomen. Zo’n gezellig mediterraan zitje met een veel te klein tafeltje, pootjes in de goot, zodat langsrijdende fietsers en auto’s zachtjes langs je wang strijken en je het bord het best op schoot kunt nemen.

Maar goed, we zaten op een terras. Culinair viel er wat af te dingen, de bediening moest er nog een beetje inkomen, maar mensen, wat een belevenis. Weer even lekker verwend worden en intussen mensen kijken. Tussen de fietsers en auto’s door had ik prima zicht op een winkeltje met woonspullen. Het liep geen storm, later bleek de kooplustige massa zich, toch echt niet in lompen gehuld, voor de H&Ms, Primarks, Zara’s en Hema’s van deze wereld verzameld te hebben. De verkoper van het woonwinkeltje kwam regelmatig naar buiten, dik vest aan en druk telefonerend. Mogelijk had hij een verschil van mening met iemand, in elk geval kwamen ze er niet uit. “We kunnen hier een lang ei over leggen”, mopperde hij, “ik ga het nu regelen.” Hij verdween naar binnen. Misschien wilde hij de thermostaat hoger zetten?

Ik genoot, niet van zijn slechte humeur, maar van het onbeschaamd mensen bespieden die gezegdes verhaspelen. Vroeger had ik een collega, die geen enkele uitdrukking gebruikte zoals hij bedacht is. Zijn favoriet was ‘de vicieuze spiraal naar beneden'. In gedachte zag ik dan een eindeloze spiraal voor me, die duizenden lichtjaren van ons vandaan weer ergens bij elkaar moest komen.

Wat is juist?

Toen de kou niet langer te verduren was, spoedden we ons – de rijen vermijdend – via een tochtig achterafsteegje naar de auto. Helemaal kapot na een dagje Zwolle. Natuurlijk waren we niet alleen voor het terras gekomen, het eigenlijke doel was een proefrit. Een soort fieldlab voor man en motor. De motor was de test tamelijk goed doorgekomen, maar wat vond ik eigenlijk van een dagje naar de stad? Ik voelde achteraf toch enige schroom. Zitten we ongemerkt toch in die vicieuze cirkel naar beneden? Het is zo verleidelijk om bij versoepeling terug te veren naar hoe het voor corona ging. In de rij staan om te shoppen, een terrasje pakken, lekker rondtoeren op de motor. Iedereen maakt daarbij zijn eigen afweging wat noodzakelijk, verstandig of gewoon leuk is. Maar wat het juiste is om te doen? Ik denk dat ik daar maar eens een lang ei over ga leggen.

Carol Dohmen

Dohmen draaft door

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden